De verrassing

De dag begon vandaag met een glimlach. Iedereen moest rond 8 uur in de bus zijn met bagage voor 3 dagen, want we gaan up country naar Sangklaburi aan de Birmese grens. Iedereen leek aan boord, dus de meisjes begonnen te tellen ….. 39. He, dat is één te veel. Met een rood hoofd maakte een Belg (ja ja), met 2 badhanddoeken onder de arm geklemd en onder hoongelach van de bus, zich snel uit de voeten. Verkeerde bus. Rod was ook wat te laat want zijn hond moet voor 3 dagen naar het asiel en die waren nog niet open. Kwart over acht zetten we dan eindelijk koers, het begin van een lange dag.

We verlaten Kanchanaburi en rijden over de weg die er ook in de tijd van de spoorlijn al lag. Een heel stuk bij de spoorbaan vandaan. Deze weg werd gebruikt om de groepen krijgsgevangenen richting hun werkkamp te krijgen. Op de tekening hierboven het groene lijntje. Vanaf Ban Pong, de plek waar ze uit de trein kwamen, werden ze of met trucks vervoerd of moest er gelopen worden langs Ta Rua, Kanchanaburi, Lat Ya, Ta Dan en Tarsao. Rod verteld boeiend over de enorme logistieke operatie die deze spoorlijn feitelijk was. Op het hoogtepunt, in de zomer van 1943, werkten er 250.000 arbeiders aan de spoorlijn om hem op tijd af te krijgen. Alleen dat al vereist een dagelijks transport van minimaal 250.000 kilo proviand en dan hebben we het nog niet eens over de bouwmaterialen die aangevoerd moeten worden. We stoppen voor een coffee break bij kamp Tarsao. De tapioka-velden die je nu ziet, maken het moeilijk een transitkamp voor te stellen waar duizenden krijgsgevangenen bivakkeerden en doortrokken. Tijdens de coffee break maak ik met Rod even een break out om met Sandra het station van Wang Yai te bezoeken en met Henk de begraafplaats St Luke waar zijn vader is begraven. We zijn te laat terug en ik krijg op mijn donder van Edu. Zo doet ie voor komen althans, want hij kan toch niet boos op mij worden.

En dan de verrassing. De grote brug en embankment in Saiyok national park. Ik vind dit stukje altijd zeer indrukwekkend. Ik ben hier met Rod twee keer eerder geweest, maar dat was 1:1, met een groep heb ik het nooit aangedurfd. De wandeling er naar toe begint met een jungle zoals de krijgsgevangenen die ook zijn tegengekomen. Muggen, vogels, enorme kluiten doornige bamboo, dikke bomen en stilte. Dit alleen al maakt de reizigers stil van ontzag. Dan komen we bij de brug en zien de reizigers het enorme embankment. Het is ongeveer 400 meter lang en op sommige stukken wel 25 meter hoog. Met de hand gemaakt. Rod rekent voor dat het 13 miljoen mandjes aarde heeft gekost om dit dijklichaam aan te leggen. In regentijd. Een karwei waarbij mijn inziens de veel genoemde Hell Fire Pass verbleekt. De reizigers mogen met Rod en mij naar beneden, super steil naar beneden, de droge rivierbedding in en dan omhoog het embankment op. Alleen zij die het durven en kunnen. De schrik slaat me om het hart als ik zie hoeveel reizigers dit denken te durven, kunnen en willen. Doe ik hier wel goed aan schiet nog door mijn hoofd. Maar de reizigers helpen elkaar, hijsen elkaar omhoog, geven steuntjes en steken helpende handen uit. En het gaat. We staan bovenop het embankment en iedereen is nog heel. Vol ontzag absorberen we het enorme werk dat hier is gedaan. Voor het grondverzet om dit dijklichaam te maken moesten de krijgsgevangenen aan weerskanten van het traject 150 meter jungle rooien om aan de benodigde hoeveelheid aarde te komen. Alleen dat al. De terugweg gaat ook goed en als iedereen weer veilig in de bus zit, ben ik blij dat we zijn gegaan. Er klinkt een applausje in de bus en dat doet goed. We hebben niemand overstretched.

We rijden na Kinsayok langs de route van Nederlandse groep 6, het stuk van Kinsayok tot aan Prangkasi en Ongthi. We lopen flink achter op schema en stoppen wat korter bij de kamplokatie van Rin Tin en Kuye. Tegen 2 uur komen we aan bij het lunchrestaurant. Het is vlakbij de locatie van het kamp Hindat. De dames van TBRC weten dat ik van Cola Light hou en van Pad Krapauw. Ik word dus de hele dag afgetankt met Cola Light en bij elke lunch is er tot nu toe Pad Krapauw. Dat hoeft nu ook weer niet, maar het eten is heerlijk. Naast de Pad Krapauw is er een lekkere vis, Thaise omelet en soep.

Na Hindat is het vol gas naar Sangklaburi. De heuvels worden steiler. Zo steil dat de bus het maar net trekt. Altijd spannend, in 2015 is de groep naast de weg komen te staan. Voor deze heuvels is de reizigers gevraagd alleen het nodige voor 3 dagen te pakken en niet de hele koffer. Ruimte genoeg in de bus maar het gaat om het gewicht. De bus heeft het moeilijk, maar geeft geen krimp en de chauffeur is een klasbak. Tegen vijf uur doemt het Suan Magmai resort op. Vanavond geen a la carte diner maar een buffet. Ik moet nog opschieten zie ik. Het was een mooie pelgrimsdag, om niet snel te vergeten. Morgen de Driepagoden, ik kijk er naar uit.

 

1 Reactie

  1. Anneke Bonjernoor
    Een grote verrassing om dit via mijn mailadres te ontvangen. Ik ben nu 82 jaar en mijn broer Piet Bonjernoor stierf op 2 januari 1944. Wij hoorden pas na de bevrijding , toen wij nog in het Tjideng kamp waren ( wij mochten nog niet weg , maar mijn vader is toen wel met de trein van Bandoeng naar Batavia gereisd, ook al was het levensgevaarlijk . Hij heeft ons bereikt. Via de predikant??? Genaamd Oranje of Ubels of Verkuijl hoorden wij het bericht. Mijn 7,9,11 en 13 jaar oudere zuster en mijn ouders waren verdrietig. Ik hoorde dat. Mijn 15 jaar oudere broer kende ik eigenlijk niet. Ik wilde ook huilen , net als de anderen. Ik ben toen in een hoekje buiten tegen het huis aan gaan zitten. Maar dat huilen lukte niet. Hij was 15 jaar ouder en was al zo lang weg. Dit komt dan weer boven. Wie zorgt voor Piet als wij er niet meer zijn? Ik had heel graag Piet zijn graf willen bezoeken en willen zien wat jullie tijdens deze pelgrims reis hebben geIen en beleefd en doorleefden. Geweldig. Een fantastisch idee dat ik dit nog mag meemaken. Alle goeds toegewenst. Hartelijke groeten, Anneke Bonjernoor Zusje van Pieter Johannes Bonjernoor

Geef je commentaar