Pakan Baroe spoorweg

De Pakan Baroe Spoorweg, ook wel Sumatra-spoorweg genoemd, was in de Tweede Wereldoorlog de ontbrekende schakel in de verbinding tussen West- en Oost-Sumatra. Vanaf de westkust was er een treinverbinding naar Moeara en aan de oostkant was Pakan Baroe door de diepe Siakrivier en de Straat van Malakka over het water verbonden met Singapore. Aanleg van het ontbrekende tussenstuk, 220 kilometer dwars door het tropische oerwoud, moest de Japanners een betrekkelijk veilige verbinding tussen oost- en westkust opleveren voor transport van troepen en wapentuig. Onder de meest barbaarse omstandigheden werd het monsterkarwei geklaard door geallieerde (meest Nederlandse) krijgsgevangenen en Javaanse dwangarbeiders (romusha's).

Ontbering, mishandeling en ziektes eisten in totaal ongeveer 82.500 mensenlevens. Daarbij waren de romusha's nog slechter af dan de krijgsgevangenen. Voor de Javaanse slaven waren er geen medische voorzieningen. Aanvoer van ‘verse’ arbeiders was gemakkelijker en goedkoper dan het oplappen van zieken en stervenden. De krijgsgevangenen hadden in de veertien kampen langs de baan wél primitieve ziekenboegen met echte doktoren. Maar ook die konden weinig uitrichten door gebrek aan instrumenten en medicijnen. Ongunstig was bovendien dat de meeste Nederlandse krijgsgevangenen net wat ouder waren dan hun lotgenoten aan de Birma-Siam Spoorweg. Toen deze werkers al in 1942 op transport gingen naar Siam (Thailand), waren eerst de jongste en sterkste mannen aan de beurt. De groep ouderen die overbleef, arriveerde pas in 1944 in Pakan Baroe.

Op 15 augustus 1945 waren slechts enkele krijgsgevangenen op afstand getuige van de Japanse plechtigheid ter gelegenheid van het gereedkomen van de spoorbaan. Zij hoorden de geschreeuwde Japanse bevelen, het verwaaide geluid van officiële toespraken en daarna het fanatieke Banzai-geroep. Maar ze wisten niet dat Japan op dezelfde dag had gecapituleerd. Pas dagen later kwam het bevrijdende nieuws dat velen aanvankelijk nauwelijks konden geloven.

Eindelijk was er een einde gekomen aan een menselijk drama dat zich diep in het oerwoud had afgespeeld en dat bijna 700 blanken en Indo-Europeanen het leven had gekost bij het werk aan de baan. Daarbij kwamen nog de ongeveer 1800 krijgsgevangenen die verdronken bij de torpedering van de schepen Junyo Maru en Van Waerwijck die de gevangenen naar Sumatra hadden moeten brengen.

Nederlandse slachtoffers
Vrijwel alle 520 Nederlandse slachtoffers van de Pakan Baroe Spoorweg rusten op de erebegraafplaats Leuwih Gadjah op Java. De Oorlogsgravenstichting is verantwoordelijk voor het inrichten en onderhouden van dit ereveld.

Javaanse dwangarbeiders
Oneindig veel groter is het aantal slachtoffers onder de geronselde romusha's. De Japanners en hun Koreaanse helpers achtten de levens van deze Javanen nog veel minder dan die van hun blanke lotgenoten. De romusha’s deden het zwaarste werk: het aanleggen van het dijklichaam van de spoorbaan. Maar ze kregen nauwelijks te eten en slechts bij hoge uitzondering wat medische verzorging.
Niemand zal ooit precies het aantal doden onder de romusha's kennen. Enkele archieven die zekerheid hadden kunnen verschaffen, zijn in de chaotische revolutiedagen kort na de bevrijding verbrand. Toch kan op basis van lokale Javaanse deportatierapporten worden vastgesteld dat ruim 102.000 van deze koelie's naar Sumatra zijn verscheept. Na de Japanse capitulatie waren er slechts ongeveer 22.000 overlevenden. Het dodental onder de romusha's moet dus ongeveer 80.000 zijn geweest, waarvan 4000 van hen omkwamen bij de torpedering van de Junyo Maru. De restanten van tienduizenden van deze onbekende Javanen rusten langs de baan van de dodenspoorweg.

Na de oorlog
De Pakan Baroe Spoorweg is na voltooiing in augustus 1945 nooit in gebruik genomen. Wat dat betreft is alle lijden voor niets geweest. De spoorlijn bestaat niet meer. De bruggen zijn weggespoeld en kilometers rails zijn geroofd en verkocht als oud ijzer. Een deel van de rails is aan stukken gezaagd en dient tot op de dag van vandaag als hekwerk bij stationnetjes en wegkruisingen van het kolenspoortje van Sawah Loento naar Padang dat sinds enkele jaren ook is opgeheven. Wat nog over is, roest langzaam weg in het stille, zwarte moeraswater van de ondoordringbare Sumatraanse jungle.

Met dank aan de Oorlogsgravenstichting en aan Henk Hovinga ( henk.hovinga@tiscali.nl), auteur van Op Dood Spoor - Het drama van de Pakan Baroe-spoorweg 1943-1945 (ook in Engelse vertaling leverbaar) en van Met de dood voor ogen - Overleven in de strijd om Indië, voor zijn tekstbijdrage.