Over het monument

Over de totstandkoming van het Driepagodenmonument in Bronbeek, 

Door Erik de Groot

Op initiatief van de heer Henk Engel, ex-krijgsgevangene van de Japanners en als zodanig ex-dwangarbeider bij de aanleg van de Birma-Siam spoorlijn, werd op 27 mei 1967 de eerste reünie voor veteranen gehouden in het Kurhaus te Scheveningen. Het werd een groot succes. Door de geweldige belangstelling – 3000 aanmeldingen die eerste keer – werd de reünie het jaar daarop gehouden in de Jaarbeurs te Utrecht. Nog steeds met 2000 belangstellenden. Maar in de volgende twintig jaren werd de belangstelling door begrijpelijke redenen steeds minder en er werd gezocht naar een locatie die geschikt zou zijn voor het houden van herdenkingen en als plaats voor een monument. Die plaats werd gevonden op het landgoed Bronbeek in Arnhem, nu het tehuis voor oud militairen van alle legeronderdelen en inmiddels een plaats waar meerdere monumenten met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog in zuid-oost Azië zijn opgericht.

Het oorspronkelijke monument voor de slachtoffers van de Birma-Siam spoorweg werd in 1989 opgericht en werd onthuld door Prins Bernhard. Het had als thema “De Drie Pagoden Pas” en werd dan ook uitgevoerd met drie kleine pagoden naar het voorbeeld van de drie pagoden die staan aan de Thaise kant van de grens met Myanmar. Dit werd toen de plaats waar de jaarlijkse herdenkingen voor de reünisten gingen plaatsvinden en nog steeds onder grote belangstelling.
In de loop van 2003 was er echter verandering op komst. Het toenmalig Comité Herdenking Birma-Siam Spoorweg werd benaderd door een “Spoorwegveteraan” de heer C.P. van den Barselaar. Kees, voor familie en vrienden, was in 1937 naar Nederlands Oost-Indië getrokken omdat er in Holland geen werk te krijgen was. Toen de dreiging van Japan toenam werd hij evenals alle andere manlijke Nederlanders opgeroepen voor dienst in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Na de inval van de Japanners en na de capitulatie van het KNIL werd ook hij krijgsgevangene, verbleef in kampen op Java, werd in januari 1943 naar Singapore getransporteerd en vervolgens met de trein naar Ban Pong. Daarna verbleef hij in diverse kampen tot aan de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945. Voor hem en alle andere Nederlandse ex-krijgsgevangenen was de ellende nog niet over. De meesten waren gedwongen om in Thailand te blijven. Ook Kees van den Barselaar kon pas terug naar Java in april 1946. Hij werd in Batavia ingedeeld bij het kader van de 8e Compagnie Afdeling Cultuurzaken en werd daar hoofd Amacab Welfare. In september trouwde hij met de weduwe Jane Taat-Bosschaart en in november mag hij voor korte tijd met verlof naar Nederland. Indië verlaat hij definitief pas in 1949. Door problemen in Nederland – in verband met de vergoeding van de gederfde kosten tijdens gevangenschap – vertrok hij met zijn nieuwe gezin naar Zuid Afrika. Begonnen als compagnon in de aardewerkfabriek van zijn zwager werkte hij zich op en begon eind zestiger jaren een ijzergieterij “J & C Malleable”. In 1994 vond hij de tijd gekomen om met pensioen te gaan. Hij deed de fabriek van de hand en ging profiteren van zijn vrijheid. Hij ging reizen met zijn echtgenote. Daarbij bezocht hij oud-medegevangenen onder andere in Nieuw Zeeland, maar ging ook vaak naar Thailand met name naar Kanchanaburi voor de erebegraafplaats daar en in Chungkai.
Ieder jaar worden deze begraafplaatsen bezocht door talloze toeristen die de Brug over de River Kwai wel eens willen zien. Zij lijken maar weinig geïnteresseerd in het lot van de duizenden omgekomen landgenoten. Van de ongeveer 18.000 Nederlanders die aan de spoorweg hebben gewerkt liggen er in Thailand en Birma ruim 3200 begraven. Kees van den Barselaar ergerde zich mateloos hieraan. Alleen al het feit dat de Nederlandse bezoekers het Engelse boekje over het Hellfire Pass Memorial lieten liggen – omdat zij het te duur vonden of het Engels onvoldoende machtig waren – zette hem aan om het op eigen kosten te laten vertalen en te verspreiden, niet alleen als pure herinnering, maar vooral met het oog op de educatieve waarde*.

Tegelijkertijd werkte Kees aan een ander project. Hij wilde voorkomen dat de namen van de Nederlandse slachtoffers die in Thailand en Birma begraven liggen, in vergetelheid zouden raken. Daar liggen zij, ver weg van hun familie, overgelaten aan de zorgen van de Commonwealth War Graves Commission waarmee de Nederlandse Oorlogsgravenstichting nauw samenwerkt. Een Nederlands monument op één van de begraafplaatsen in Thailand leek gepast, maar werd niet toegestaan. Daarom ging hij op zoek naar een geschikte plek in Nederland. Die vond hij tenslotte op het Landgoed Bronbeek te Arnhem. Hier stond al een monument dat gewijd is aan de slachtoffers van de Siam-Birma Spoorweg. Met drie kleine pagoden, naar het voorbeeld van de pagoden in de Drie-Pagoden-Pas, met hierbij een kaart van de spoorweg en een gedenkplaat in zwart marmer. Maar namen werden niet genoemd. Dat kon volgens Kees niet zo blijven. Hij vond dat deze mensen die in de strijd voor God, Koningin en Vaderland het leven hadden gelaten, meer eer verdienden.

Het laatste deel van zijn leven heeft hij zich dan ook ingezet om het monument in Bronbeek te vervolmaken met een gedenkmuur, waarop de namen van alle bekende slachtoffers, 3272 in getal, vermeld staan. Een en ander was niet meer te regelen in 2003 dus werd het 2004 voordat er spijkers met koppen konden worden geslagen. Van den Barselaar werd echter ernstig ziek. In maart 2004 was een van de leden van het Comité Herdenking Birma-Siam Spoorweg in Kaapstad en kon het een en ander persoonlijk met hem vastleggen. Een week later op 22 maart overleed Van den Barselaar. Het Comité stond toen voor de taak de toezeggingen en plannen te realiseren. Er waren vergaderingen, één ervan nog bijgewoond door mevrouw Van den Barselaar en haar dochter Elizabeth Taat. Het lag voor de hand dat de eventuele onthulling zou worden gedaan door de weduwe. Het liep echter allemaal niet zo soepel als men wenste en de datum van onthulling van het monument op 21 augustus 2004 bleek niet haalbaar. De voorbereidingen gingen gestaag door totdat op 9 november het onheilsbericht kwam, dat mevrouw Van den Barselaar een hersenbloeding had gehad. Dochter Elizabeth vloog op 12 november naar Kaapstad en maakte mee dat haar moeder overleed op 21 november. Op 3 december werd ze bij haar echtgenoot begraven op Nieuw Eykenduynen in Den Haag.
Elizabeth nam de taak van haar moeder over en werd nauw betrokken bij het tot standkomen van de “Memorial Wall” bij het monument. De verkregen fondsen waren inmiddels ondergebracht in een fonds. En de uitvoering van het project kon in gang worden gezet. Architect en aannemers kwamen in actie, de steensoort voor de muur werd uitgezocht, het marmer voor de naamplaten werd besteld en daarin werden de 3272 namen gegraveerd. Verder moest er rekening worden gehouden met zaken als bereikbaarheid voor rolstoelen, maar ook met de mate van tolerantie van de buurtbewoners. Vandaar uitgebreide bamboe bossage aan de straatkant van de muur!
Op zaterdag 20 augustus 2005 was het zover. Het monument was klaar om onthuld te worden. Het Comité Herdenking Siam-Birma Spoorweg** onder voorzitterschap van de heer R. Drijsen had met medewerking van de Commandant van het Koninklijk Tehuis voor Oud Militairen en Museum (KTOMM), Kolonel Bolderman, gezorgd voor een prachtige entourage om de hele gebeurtenis voor de zeer vele aanwezigen zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Toespraken werden gehouden door voorzitter Drijsen, de heer M. Zijlstra voorzitter van het Veteraneninstituut en mevrouw Elizabeth de Groot-Taat, stiefdochter van de schenker van de Memorial Wall. Hierna werd de onthulling van de herdenkingsmuur gedaan door mevrouw De Groot samen met de ex-spoorwegwerker de heer J. Anten. Vervolgens werd het protocol voor de herdenking vervolgd met Dodenappèl, Taptoe, 1 minuut stilte en Reveille. Daarna volgde het Wilhelmus waarbij de vlaggen werden gehesen. Dan de krans- en bloemlegging en tenslotte het défilé waaraan geen eind leek te komen, want iedereen wilde de naam zien van het omgekomen lid van de familie. De bijeenkomst werd afgesloten met een lunch in de Kumpulan die door de grote belangstelling in drie groepen moest worden gehouden. De wachtenden konden zich intussen vermaken in de grote tent met life muziek onder het motto “Get together”.

*Op deze dag werd aan de families van de veteranen het boek “Hellfire Pass Memorial” uitgereikt dat C.P. van den Barselaar had laten vertalen uit het Engels en gratis ter beschikking had gesteld. Niet alleen voor de veteranen, maar ook voor educatieve doeleinden.
**Korte tijd na deze gebeurtenis werd besloten het Comité Herdenking Birma-Siam Spoorweg onder te brengen in een stichting. Nu bekend als de Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg (SHBSS).